Motorvakantie 2005

Frankrijk, de Ardéche
Door Ferry Klomp met foto’s van Joop Stroober
Donderdag 26 mei om 5 uur ’s morgens staan 6 motorrijders naast hun bed om voor 10 dagen naar zuid Frankrijk te gaan en ondanks het vroege tijdstip hebben ze er allemaal zin in.
Om kwart voor 6 staat Ramon bij mij op de stoep, z’n motor, een Yamaha R6, heeft een grote sporttas achterop gekregen en daarin zitten alle spullen voor een verblijf van 4 dagen. Ramon is leraar lichamelijke opvoeding en kan niet de hele vakantie bij ons blijven. Mijn motor, een Suzuki Intruder 750, is bepakt met een grote plunjebaal en staat te trappelen om weer een grote rit te maken. Alles is gecontroleerd, de rem en koppelingsolie is ververst, de kleppen gesteld, nieuwe band en remblokken vóór, kortom ik ben er druk mee geweest.
De beginstand op mijn teller is 42950 kilometer en de dagteller is bij de laatste tankbeurt op 0 gezet. Ik probeer bij iedere 150 kilometer te tanken, dat is geen grote afstand, maar je billen zijn er dan echt aan toe om even losgeschud te worden
Klokslag 6 uur pikken we Bas op en hij springt meteen op zijn Yamaha TDM 850, stapt weer af om zijn vrouw een zoen te geven en dan gaan we op weg naar Houten waar de rest van de vakantiegangers bij de benzinepomp zich bij ons zullen voegen. Op de Vogelweg hebben we de zon achter en onze schaduwen zijn zo lang dat de mijne naast Bas is die toch een meter of 4 voor me rijdt en ik heb die van Ramon naast me. Het is nog een beetje fris, maar je voelt aan alles dat het een prachtige dag gaat worden.
Ik heb laatst een paar mooie spiegels gekocht en ze staan echt gaaf op de Intruder. Over de bevestiging heb ik zo m’n twijfels en op de A27 gaat de linker al los zitten. Het komt waarschijnlijk doordat ik achter Bas rijdt en de turbulentie van hem en zijn motor zorgen voor veel winddruk op mijn stuur.
Straks maar even goed vastzetten

De eerste stop in Houten
De rest zijn mijn zwager Joop, zijn zoon Pascal en diens vriend Dustin. De boys rijden allebei een Harley Sportster. Pascal een 883 en Dustin een 1200, vette klappen dus. Joop houdt een Yamaha Wildstar 650 in bedwang en na een paar bakken koffie en na de nodige sjekkie’s en sigaren gaan we door naar de grens via Breda. Daar zullen we tanken en kijken wat we doen in verband met de verkeerschaos rond Antwerpen.
Gaan we er gewoon door of rijden we er omheen?
Als de motoren weer een volle tank hebben bij Hazeldonk aan de grens staan we te praten over wat we gaan doen. Er loopt een mooie meid voorbij en omdat het die dag wel 30 graden zou gaan worden is ze luchtig gekleed.” Hé Ferry, vraag aan haar hoe het bij Antwerpen is”. Ik laat me niet kennen en stap op haar af. Ze vertelt dat ze iedere dag naar het Antwerpse rijdt en dat de vertraging wel meevalt. Mooi, de beslissing is genomen, we gaan gewoon door Antwerpen heen.
Het meisje heeft gelijk gehad en met de motor kun je makkelijk tussen de file door. Het kost misschien een kwartiertje langer dan normaal voordat we door de tunnel zijn en richting Brussel rijden. En het wordt warmer en warmer.
Voorbij Brussel moeten de blazen geleegd worden en de benen gestrekt dus stoppen we bij een parkeerplaats met voldoende schaduw.

Ook nu weer roken, eten en drinken. Daarna richting Franse grens en nog net in België getankt vanwege de prijs. Eindelijk zijn we in het land van bestemming
En met nog maar zo’n 850 kilometer voor de boeg schiet het lekker op.
We nemen de route via Mons/Bergen in België, en Maubeuge in Frankrijk. Dan helemaal binnendoor richting Reims en als einddoel die dag Langres, maar zover zijn we nog niet, nog lang niet.
In Avesnes sur Helpe hebben we trek in een patatje en uit ervaring weten we dat er een prima frietkot staat met daarachter een parkje waar je lekker van de vette kluiten kunt genieten. Dus bestel ik als beheerder van de huishoudpot 6 patat, 5 mét en 1 zonder. Een fritte moyenne, voor de Fransen gemiddeld, voor ons een giga hap.

Na de vette hap gaan we weer de Route Nationale op en baksteensgewijs rijden we lekker verder van tankstop tot plasstop. Zoals gebruikelijk bij onze motorvakanties ga ik altijd voorop en we hebben deze route al zó vaak gereden dat ik geen kaart meer nodig heb. Dat is wel zo handig want dan kan ik me goed op de weg concentreren en op m’n motormaatjes, want voordat je het weet ben je een gedeelte kwijt vanwege een verkeerslicht of een rotonde.
Toch ga ik ergens onderweg in de fout want vaag zie ik wel een bord met een aankondiging van een omleiding, maar besteed er geen aandacht aan. Dus staan we in een dorpje op een weg waar ze een hele brug hebben weggehaald. De enige oplossing is een heel end terugrijden, ja als je met de auto bent. We volgen een bordje met een omleiding voor voetgangers en we komen bij een bruggetje van nog geen meter breed en met een beetje voorzichtig gas geven komen we aan de overkant van het watertje. Kijk, dat maakt het nou zo tof om met de motor op pad te zijn en de ongelovige gezichten van de bewoners van het dorp maken zo’n actie onvergetelijk
De nieuwe motor van Bas heeft een behoorlijk grote tank en hij besluit om een keertje over te slaan bij een tankstop, maar als we weer op weg zijn zie ik hem naar z’n benzinekraan grijpen om die op reserve te zetten.
Onder het rijden roept hij dat het vast een hele grote plas reserve is en vrolijk knorren we verder.
Bas op z’n TDM.
In Chaumont, precies voor de motorzaak waar ik twee jaar geleden een nieuwe binnenband hebt gekocht vanwege een lek, stopt de TDM. De tank is helemaal leeg. Gelukkig heb ik altijd een fles met daarin een liter benzine bij me om op de camping mijn brandertje te vullen. Rap legen we de fles in de akelig holle tank en gaan we op zoek naar een pomp. Die is vlug gevonden en Bas stort z’n tank vol tot aan te vulopening. Pjoew!! Dat liep goed af en Bas tankt in het vervolg braaf met ons mee. Nog even naar de super voor wat boodschappen en dan het laatste stukje voor die dag
Om een uur of 6 komen we na 650 kilometer aan op camping Navarre in Langres en nadat de tentjes zijn opgezet gaan we aan de maaltijd beginnen. Ravioli, stokbrood, bier en wijn, wat kan een Biker toch gelukkig zijn.
Camping Navarre, Langres.
Vrijdagmorgen staan we om 6 uur op en na een ontbijt van croissants, stokbrood en een hele plas koffie gaan we weer op pad, we hebben een kleine 500 kilometer voor de boeg en ook die dag wordt het erg warm.
De goedkope wijn van gisteravond heeft een afdronk met hoofdpijn, maar die verdwijnt snel als we richting Dijon gaan. Voordat we om die stad heengaan drinken we nog even koffie bij tante Till. Dat is bij een benzinepomp waar we ooit bij toeval zijn gestopt. Achter de bar staat een morsige Franse vrouw en omdat het dorpje Till Chantel heet gaven we haar de naam tante Till. De koffie die ze schenkt is zo sterk dat het op vloeibaar asfalt lijkt, maar het smaakt ons ieder jaar weer heerlijk.
Dit keer zit het terras vol met zigeuners en ze proberen sigaretten van ons te bietsen, de vrouwen moeten het voor de mannen vragen, stelletje lafbekken.
Mijn zonnebril gaat kapot en bij een Harleydealer, waar de boys even kunnen kwijlen en zich verbazen wat een Harley hier kost zonder die verdomde BPM, koop ik een nieuwe.

Ferry vraagt zich af of een roetfilter wel nodig is.
Vlak voor Lyon gaan we de Peage op en het tempo wordt opgeschroefd. De wind is behoorlijk en maakt het rijden niet aangenaam dus besluiten we om bij
Le Pouzin terug te gaan naar de Route Nationale. Hè, hè, wat een verademing en met een lekker gangetje komen we bij Le Teil waar we de Ardéche ingaan.

Bieeeeeeeer!!!!!!!
Om 6 uur zijn we op camping Ibie en krijgen van eigenaar Dédé een koel biertje dat sissend zijn weg naar beneden zoekt. Tentjes opzetten, douchen en dan naar het terras waar we lekker gaan eten. De 130 euro die het kost slaat een behoorlijke bres in de huishoudpot, maar what the fuck, we zijn op vakantie.

Duur, maar lekker eten .
De teller van mijn Intruder geeft aan dat we 1160 kilometer achter de wielen hebben en afgezien van wat problemen met mijn spiegels, ja de rechter ging ook los zitten, hebben we geen problemen gehad. Dat was vroeger wel anders als we op stap gingen met oude motoren, olielekkage, lekkende benzinekranen, ontstekingsmechanismen die uit elkaar vielen, versnellingen die niet meer werkten, maar gelukkig konden we altijd alles repareren. Bovendien vinden we sleutelen een belangrijk onderdeel van het motorrijden en zo’n vakantie zonder pech is eigenlijk een beetje saai.
Rare jongens die motorrijders!
Daar wil je toch graag aan sleutelen!

Pascal
Ramon

Dustin
Zaterdagochtend, het weer is formidabel en iedereen doet rustig aan. Het dagelijkse ritueel van oliepeilen gaat weer beginnen. Bij de Harleys gaat dat met een simpel peilstokje net zoals de R6 van Ramon. De TDM heeft een dry-sump, net als de Harleys, ????????????
Hé Ferry waar héb je het over?
Goed, er zijn twee systemen om je olievoorraad te bewaren. De eerste is het wet-sump systeem, waarbij wet voor nat staat en sump voor carterpan.
Wet-sump is dus een natte carterpan en dan aan de binnenkant natuurlijk. Dry-sump is een systeem met een apart olietankje waarin de voorraad bewaard wordt. Bij wet-sump peil je doormiddel van een peilstok of een peilglaasje als de motor even heeft stilgestaan want de olie moet uit het blok naar beneden zakken..
Bij dry-sump moet de motor even lopen om de olie rond te pompen en dan meet je met een peilstokje of ook weer een peilglaasje de hoeveelheid olie in het olietankje.
Allemaal weer bij de les? Mooi dan gaan we verder.
Bas heeft dus een dry-sump met een peilglaasje. Hoe de mannen van Yamaha dit bedacht hebben is een raadsel maar een normaal mens kan nauwelijks zien hoe hoog of laag het oliepeil is, maar net als bij de rest was het peil in orde. De Intruder en de twee Yamaha’s hebben alle drie een wet-sump. Ramon heeft al gepeild met het stokje en ik hoef alleen maar de motor wat rechtop te trekken om te zien hoe het met de olie is. Maar Joop heeft weer iets bijzonders. Het peilglaasje zit aan de linkerkant van het blok en heel erg laag. Hij moet dus de motor van zich af duwen om het oliepeil te zien. Je kunt je voorstellen wat er gebeurt als de motor over zijn dode punt gaat en op de grond klettert. Bij Joop moet dus iemand helpen om te zien hoe het ervoor staat. Ook moet zijn motor even draaien voordat hij kan peilen, vreemd met een wet-sump, maar zo staat het in het instructieboekje.
Joop gaat dus op zijn fiets zitten en drukt op de startknop, Klik-klik-klik.
Helemaal niets.
Hoi hoi hoi, we kunnen sleutelen, Jippie, jottum, hoera!!!!!!!!!
Al gauw zitten we bij het startrelais en als we op de startknop drukken horen we helemaal niets. Spanning gemeten op de kabels en dat is dik 12 volt.
Een gouden regel is; Ga niet meteen uit van het ergste, maar begin met simpele dingen.
Als er spanning staat op de kabels kan het zijn dat door corrosie de stroom niet bij het relais kan komen. Fluks haal ik een busje WD40 tevoorschijn en we spuiten alle contacten goed in. Even een paar maal de steker heen en weer bewegen op het relais en dan weer proberen te starten. Broem, lopen. Daarna nog 1 of 2 keer even geweigerd die dag en voor de rest geen problemen meer gehad.
Hè, hè, we hebben een bakkie koffie verdiend en daarna kleden we ons ondanks de hitte goed aan om een stukje te gaan rijden.
Na een prachtige rit strijken we neer in Vallon pont-d’arc op het terras van Le Verger.

Onderweg laat Joop zich ook eens op de foto zetten.

Bij Le Verger op het terras in Vallon.
Dan rijden we nog een stukje om via Ruoms en Villeneuve de Berg en gaan daar meteen naar de Super om boodschappen te doen voor de barbecue van die avond. Het is vogelen om al die spullen op de motoren te krijgen en bepakt en bezakt rijden we terug naar Camping Ibie.

Kokkie doet zijn best!
Zondag is een rustige dag, we gaan via de Gorge naar de watervallen van Sautadet waar we lekker zwemmen en de jongens van 10 meter hoog naar beneden springen. Vanavond eten we een prutje van uien tomaten met allerlei kruiden en wat stokbrood. Verdund met rode wijn en bier smaakt ook deze maaltijd alsof we in het Waldorf-Astoria zitten te eten.

Cascade de Sautadet .
Monday, black Monday.
Vandaag gaat Ramon ons verlaten en we staan vroeg op om een end met hem mee te rijden.
Om 6 uur hoor ik tik, tik op mijn tent en ja hoor het regent. Niet hard, maar toch.
Ramon brengt zijn spullen snel naar het badhok zodat hij alles droog kan inpakken.
Onderweg kopen we bij de plaatselijke Boulanger lekkere broodjes en we hebben een brander en water voor de koffie bij ons. Vlak voor Le Pouzin waar Ramon de tolweg opgaat zetten we koffie en ontbijten met het lekkers dat we bij ons hebben. De stemming is een beetje bedrukt en om half 11 gaat Ramon dan toch echt weg.

Echt vrolijk zijn we niet.
Met onze gedachten bij Ramon die het slechte weer tegemoet gaat, gaan wij aan een grote rit beginnen die ons via Valence, Lamastre, Vals le Bain en Aubenas weer terug moet brengen naar onze onderkomens op de camping. Ergens onderweg moeten we rechtsaf slaan en een vrachtauto wil van de gelegenheid gebruikmaken om op te trekken. De chauffeur laat waarschijnlijk zijn koppeling te snel opkomen en de trekker komt met zijn voorwielen helemaal los van de straat, De chauffeur komt los van zijn stoel en verkiest de controle over zijn pedalen. Met een noodgang gaat hij op en neer in zijn cabine en wij donderen bijna van de motor van het lachen.
De rit is prachtig en bestaat bijna alleen maar uit bochten, ja hier komen de zijkanten van je banden ook aan hun trekken.

In de buurt van Lamastre.
Die avond maak ik Paella met extra kip en Fruit de mer. Zelden heb ik iemand met zulke lange tanden zien eten als Pascal en hij is blij als zijn bord leeg is. Om een uur of 11 die avond horen we dat Ramon veilig thuis is gekomen en er gaat een zucht van verlichting door iedereen.
De volgende dagen is het weer als vanouds en iedere dag maken we een leuke tocht en
’s avonds maken we een eenvoudige doch voedzame maaltijd.

Dustin snijdt de middagmaaltijd in tweeën.

Parkeren tussen de kersenbomen.

Het duivelsbruggetje.
De laatste avond in de Ardéche zorgen we dat de benzinetanks tot de nok gevuld zijn en trakteren we onszelf op een etentje in Vallon.


Doet die zelfontspanner het nou of niet?
Vrijdagmorgen weer heel vroeg uit bed en alles weer op de motor binden. De weg in de vallei van de Ibie is voorzien van een verse laag grind en we besluiten om maar een stukje om te rijden want een valpartij is op zo’n losse laag niet uitgesloten.
Vlak voor Langres waar we gaan overnachten begint het te betrekken en de beheerder van Camping Navarre waarschuwt voor Orinage. Storm en regen dus!
Snel zetten we de tentjes op, maar gelukkig valt het allemaal heel erg mee, een paar spatjes en da’s alles.

Op Langres in afwachting van de storm.
Zaterdagochtend is het zwaar bewolkt als we de boel inpakken. Toch lijkt het weer beter te worden en soms prikt het zonnetje door de bewolking heen. Helaas,helaas, in noord Frankrijk moeten de regenpakken aan en in België barst de hel los.
Het overige verkeer dendert door met 120 per uur en we rijden in een waaier van opspattend water door de afgrijselijke spoorvorming op de weg naar Brussel.
Het is zo erg dat we onder een viaduct moeten schuilen tot het iets droger wordt. Bij Antwerpen stopt de regen en als we weer bij Hazeldonk staan schijnt de zon volop.
Bij Houten nemen we afscheid van elkaar en als Joop, Pascal en Dustin voorbij Hilversum de afslag naar Amsterdam nemen, draaien Bas en ik het gas een stukje verder open.
Het is duidelijk, we ruiken het honk.
Om 6 uur draaien we de A6 af en rijden Lelystad binnen. Thuis staat de borrel klaar en na een douche en een warme hap zak ik lekker op de bank. Oh, wat zit dat lekker zacht.
Voldaan kijk ik terug op en geslaagde motorvakantie, leuk met die jonge jongens en voorzichtig zit ik alweer te denken wat we in 2006 gaan doen.
En die pijn in m’n kont en alle andere spieren? Daar moet je niet over zeuren als je motor rijdt, Toch?
zie ook de volledige foto reportage op de fotopagina (red.)